Je emoties waren vroeger thuis niet welkom en nu daarbuiten ook vaak niet: ze lijken wel te heftig voor de buitenwereld. Hoe kom je daar uit?

Kind van Auti

Deze vraag stelden we in augustus 2021 via de nieuwsbrief.
Hieronder de reacties op deze vraag.

Reactie 1

Het is enorm moeilijk om er na jaren achter te komen dat je eigenlijk een heel emotioneel mens bent. Ik was bijna 30. Doordat ik ook in de liefde koos voor iemand met een vrij emotieloze benadering op de wereld (lees; wetenschapster die alles feitelijk benaderde) heb ik ontzettend lang mijn emotionele reacties op de wereld en wat er gebeurde onderdrukt. Het onderdrukken van emotie is als een expansievat dat volloopt en als je niet in staat bent om dit te ontluchten klapt het een keer. 


Voor mij is het een traject geweest van acceptatie en erkenning. Erkenning van hoe ik geworden ben wie ik ben en dat conditionering geleid heeft tot een persoon die heel ver van mij af stond. Het moeilijkste was denk ik om te accepteren dat “ik dit heb laten gebeuren” met mijzelf, dat vind ik nog steeds vaak moeilijk. 

Maar door die erkenning en acceptatie komt wel de weg naar verandering vrij. Ik heb nog steeds heel veel moeite met vrij spreken tegen mijn partner en uitspreken wat mij dwars zit emotioneel. Iemand aanspreken op kleine dingen voelt direct als kritiek geven, want zo was dat thuis ook, en ik merk nog steeds dat ik elke vorm van “kritiek” voor mezelf feitelijk helemaal “dicht” onderbouw om zeker te zijn dat ik een mogelijk meningsverschil erover “win”. Emoties moesten ook onderbouwd worden: waarom voel ik me zoals ik me voel over jou of over wat je doet. Emoties zijn “natuurlijk” geen argument in mijn gezin want het antwoord was altijd; “zo heb ik het niet bedoeld” en dus moest jij je maar niet meer zo voelen. 

Maar er is ook goed nieuws, langzaam maar zeker laat ik mijzelf emotioneel reageren, for better or worse. Met mijn zoon van 3.5 ben ik meer mijzelf dan ik ooit met iemand ben geweest en langzaam maar zeker kom ik terug naar mijn sacral self. Iemand die zijn onderbuik respecteert en vertrouwt en de plus-min lijstjes langzaam kan loslaten. Niet analyseren maar doen wat je hart je ingeeft. 

Ik heb misschien nog tientallen jaren te gaan voordat ik de conditionering van mijn jeugd kan achterlaten maar de eerste stappen zijn gezet. Want antwoord geven op deze vraag aan iemand die ik niet ken had ik 6 jaar geleden nooit en te nimmer gedaan. Dus waar je ook staat in dit proces, als je dit leest kun je betere tijden tegemoet zien. 

Reactie 2

Gewoon je gevoelens uiten, – het blijft moeilijk.

Als kind van twee autistische ouders heb ik al jong geleerd om niet te huilen, niet boos of verdrietig te worden, niet te lachen om iets dat voor mijn ouders serieus was, enz. Ik mocht eigenlijk alleen de gevoelens uiten die mijn ouders op dat moment voor me in gedachten hadden.

En dus hield ik alles maar binnen, – dat was het veiligste.

Het leverde me een pokerface op en een kromme rug. Mijn moeder stuurde me naar de peutergym, als scholier naar turnen, en als tiener naar de fysio en daarna naar Mensendieck. Niks hielp en de klachten namen alleen maar toe.

Ik ging gebukt onder de thuissituatie en die veranderde immers niet.

Toen ik eenmaal op kamers woonde en meer onder “gewone” mensen verkeerde, merkte ik dat het voor de meeste mensen helemaal geen taboe was om je gevoelens te uiten. Integendeel, het was juist raar om dat niet te doen. Ik besloot opener te worden naar de mensen om me heen.

Maar toen had ik een ander probleem: als ik door iets geraakt werd en mijn gevoel daarbij de vrije loop gaf, dan kwam er meteen een hele golf “oude” emoties mee naar buiten.

De buitenwereld reageerde dan afwijzend, – vond mijn reactie buiten verhouding. En dat was hij natuurlijk ook. Opnieuw waren mijn emoties dus niet welkom.

Hoe nu? Ik begreep wat er met me aan de hand was, maar kreeg het niet uitgelegd aan mijn omgeving. Uiteindelijk besloot ik toen om me wel te laten raken, maar evengoed mijn emoties binnen te houden als ik voelde dat er “oud zeer” mee naar buiten zou komen. In tegenstelling tot vroeger stopte ik die losgemaakte emoties niet meteen diep weg, maar parkeerde ze als het ware “naast de voordeur” van mijn brein, zodat ik er nog gemakkelijk bij kon en ze kon ventileren als de kust veilig was (meestal op een moment dat ik alleen was). Zo ruimde ik iedere keer een portie oude emoties op. Het voelde als een soort plegen van “achterstallig onderhoud”.

Geleidelijk lukt het me nu beter om puur op het heden te reageren, dus zonder dat het verleden daarbij de toon zet. Maar toch.

Na bijna een halve eeuw “opruimen” kom ik nog geregeld situaties tegen die gekoppeld zijn aan oud zeer dat nog gezien en beleefd wil worden.

Of ik genoeg tijd zal hebben om me daar in dit leven geheel van te kunnen bevrijden? Geen idee. Maar wat ik wel weet is dat mijn leven prettiger wordt met ieder stuk verleden dat ik van me af heb gewerkt.

Reden om gewoon stug door te gaan.

Reactie 3

Ik kan er natuurlijk veel – pijnlijke – voorbeelden van geven, maar in het algemeen kwam het er op neer, dat wij rekening hielden met mijn moeders emoties, in plaats van andersom. Mijn vader was autoritair en streng, knuffelde ook niet en deed verder maar gewoon wat mijn moeder wilde. Ruzies waren er veel, uitpraten deden ze nooit. Wij deden alsof het niet gebeurde.

Iedere emotie van ons, of het nou pijn, verdriet, boosheid of ook te uitbundige blijheid was, was te veel voor mijn moeder. Ze wist niet wat ze ermee moest, en het moest zo snel mogelijk ophouden. Ze troostte je nooit, ze raakte ons nooit aan, ze zei nooit dat ze van ons hield of iets anders liefs. Zelf zegt ze dat ze niet zo ‘uiterig’ is, maar negatieve dingen komen er wel vlot uit. Ook zegt ze dat ‘je’ je tegen ‘eigen’ meer laat gaan. Naar buiten toe kan ze wel een masker opzetten, dus blijkbaar weet ze wel wat er verwacht wordt.

Mijn moeders eigen conclusie is, dat alles dat zij gedaan heeft, de schuld van een ander is (haar man en kinderen, en vooral de mijne). Ook haar scheiding en dat ze ongelukkig is, is onze schuld.

Op onze emoties zei ze dingen als: “wacht maar tot je echt pijn hebt”, “stel je niet aan”, “bewaar je tranen maar voor later”, of “wat deed je daar dan ook”. Ze riep ook regelmatig: “wat héb ik toch voor kinderen?”.

Als ik gepest werd of onterecht straf had: “dan zul je ook wel iets gedaan hebben”.

Boosheid kon al helemaal niet. Als ik voor mezelf opkwam schaamde ze zich. Mijn jongere zusje, haar zorgenkind, pestte mij, en als ik iets terugdeed kreeg ik altijd de schuld, als oudste en wijste.  Als ik op mijn moeder boos was en het durfde te laten merken, zweeg ze voor weken en smeet met potten en pannen of speelde twintig keer achter elkaar The Entertainer op de piano. Als ik ergens trots op was, noemde ze het opscheppen.

Toen ik een puber werd, was ze zodanig in paniek dat ik in een hippiesoos kwam en weleens een jointje meerookte, dat ze me zonder iets te vragen een hoer noemde (want hippies doen het met iedereen, dat wist ze zeker). Ik wachtte op de juiste, en was dus ontzettend gekwetst.

Ik kreeg huisarrest, ze ging hysterisch naar mijn school, de familie en de buren met haar verhaal en maakte mij zwart, wat een enorme invloed op mijn leven heeft gehad. Ik had geen verweer, en heb de eerste de beste baan genomen en ben op mijn zeventiende al gaan samenwonen. Een jaar later scheidden mijn ouders.

De weinige keren dat ik heb geprobeerd erover te spreken met haar, ontkent ze het, zegt dat ze het niet meer weet, ontwijkt op alle mogelijke manieren het gesprek en tenslotte houdt ze vol dat het wel zo geweest moet zijn als zij dacht. Geen excuses of sympathie, wél begint ze dan over haar eigen moeder die haar strafte omdat ze gezoend had met een jongen, en wil dan dat ik met háár meeleef.

Voor mij is pas veel later ten volle duidelijk geworden dat wij geen normaal gezin waren en dat ik heus wel deug. Maar het blijft een worsteling om me staande te houden en ik heb blijkbaar een grote aantrekkingskracht voor mensen als mijn moeder.

Hoe kom je daar uit?
Wat ik heb gedaan, veel boeken verslinden over psychologie en autisme. Me realiseren dat mijn moeder iets mankeert, zelf ook helemaal niet gelukkig is, en toch geen hulp heeft gevraagd maar alle problemen op de omgeving heeft geprojecteerd.

Toch voor mezelf opkomen, ook soms afhaken als er mensen in mijn leven komen die me weer zo behandelen. Niets meer van mijn moeder en zus verwachten, het contact beperkt houden.

Verder gewoon doorleven, accepteren dat ik het zwarte schaap van de familie ben, de dingen opzoeken die mij blij maken, zoals kunst, de natuur, muziek, ik heb eigenlijk een hoop interesses die mijn familie vooral raar vindt.

Iedereen heeft wel iets, het is een illusie dat het leven perfect kan zijn.